13 mei 2008

Red de legbatterij

“Hoi, hebben jullie ook legbatterij-eieren?”, vroeg ik aan een voorbij lopende vakkenvuller. “Ik kan ze nergens vinden”. “Tuurlijk” zei die een beetje geïrriteerd en wierp een snelle blik op de enorme variatie aan eieren, vastberaden mij er op te wijzen dat ik gewoon even goed had moeten kijken. Maar tot zijn grote verbazing was ook hij niet in staat een doosje massaproductie-ei te vinden, zelfs op de goedkoopste doosjes stond scharrel. Zouden er nog legbatterijen bestaan? Of is deze prachtige combinatie van kip en techniek voorgoed verloren gegaan en vervangen door enorme bakken vol opgestapelde “scharrelende” kippen?
De legbatterij is niet meer de goedkoopste manier om grootschalig eieren te verkrijgen. In plaats van één kip op veertig vierkante centimeter, kun je ook gewoon veertig kippen op één vierkante meter dumpen, en dan ben je ook nog eens bewust bezig.

Sacha in de supermarkt

Shit

...Zeeburgereiland: restanten van de rioolzuiveringsinstallatie...

Vijftien jaar geleden stond ik op het randje van de middelste emmer. Omdat ik de avond ervoor over een ander randje was gegaan, werd ik ter plekke niet goed. Maar ook zonder die aanloop was de lucht niet te harden. Dat krijg je ervan als je niet gewoon 'nee' zegt tegen de uitnodiging van de gemeentelijke dienst van de riolen om eens in hun keuken te kijken. Tralies waarachter ratte- en kattelijken blijven steken, dan smallere raamwerken voor de grootste proppen papier en bloedkatoen en verder pis en stront in alle gradaties en alle staten van nog verdere ontbinding.
Toen ik er in was geslaagd om - de excursie was nog niet eens halverwege - de stalen trap achterwaarts af te dalen, mijn fiets te vinden en rap de plaats van verderf te verlaten, nam ik mij voor dat ik nooit, maar dan ook nooit meer in de buurt van deze smeerpijperij zou komen.
Tot vorige week.
De emmers blijven staan. Hele delen van het IJmeer worden ingepolderd, de ponyclub en de camping moeten van het Zeeburgereiland verdwijnen, maar deze strontemmers blijven behouden als industrieel verderfgoed.
Met de verfkwast, een dosis overmoed en en een op-zijn-kop-voorbeeld van de tekst op zak, heb ik, maar nu echt voor het laatst, de helletocht gewaagd.
Mooi toch?


Metz in actie

Leve de natuur 44

Het was half negen in de avond. De zon zakte vurig weg achter het lege land tussen Teroele en Woudsend. De ms Dikkop tufte met de vaste bemanning langs de rietkragen van de Koevorde.

Er stond een dode wilg in het riet. De takken staken als een beeld van Zadkine in de lucht. Toen zag en hoorde ik de vogel plotseling; op tien meter afstand. Hij zat onbeschut op een dode tak van de wilg en zong z'n ééntonige zang: Koekoek, koekoek. Ik had'm vaak gehoord, maar nooit gezien en nu toonde hij zich bruinrood in de gloed van de avondzon. Mijn vrouw imiteerde zijn roep en de vogel antwoordde: koekoek. Toen vloog hij op en ons voorbij naar een volgende boom. Daar zat hij tussen de bladeren, maar hij riep ons wel. Toen we ten tweede male langsvoeren vloog de koekoek opnieuw op en verdween achter onze horizon; de vergetelheid in. Een derde keer roepen zat er niet in, want de koekoek is geen haan en ik ben Petrus niet.

freek

12 mei 2008

Isten

Winnen woorden, net als zilveren halskettingen, aan waarde door ze langer te maken? Het lijkt er af en toe wel op. Zo sprak vorige week op de radio een meneer met een zware stem over de financierder van een omstreden project. Het wás al een serieus programma maar nu werd het pas topzwaar.
Maar wat nu te vinden van deskundigen in discussieprogramma's die telkens islamisten zeggen in plaats van islamieten. Wie zouden ze daarmee bedoelen? Engerds in ieder geval want die islamisten brengen in de regel onheil. Vooral arabisten mogen graag over islamisten spreken. Arabieren hoor je er zelden over. Zouden islamisten net als die arabisten kenners zijn? Geleerden in de islam?

Metz luistert radio

10 mei 2008

metz en co

Ik woon ik L en Metz rijdt er langs.
Dat was vroeger wel anders. Ik ken Metz van mijn tijd in die grote stad. Hij zat in de politiek en bestuurde een deel van de stad en ik was zijn onderhorige: ik gaf het geld uit wat hij ter beschikking stelde, ter verbetering van het onderwijs. We hebben dus een klein verleden samen.
Nu bivakkeer ik in Friesland en hij spoedt zich regelmatig langs de A7, hemelsbreed op drie kilometer van mijn huis, naar een onderzoek/adviseerklus. Ik vaar met de ms Dikkop en verbouw knoflook, bieten, wortelen en uien.
Kom van die snelweg af Metz en vaar!
freek

09 mei 2008

Nog 's: ouwe jongens

We zaten met z'n drieën, na afloop van de wedstrijd aan een tafeltje in het zogenaamde spelershome van het stadion. Gerrit, Foppe en ik. Jongens van weleer die in de begin jaren zestig, in hetzelfde jaar, op dezelfde school voor onderwijzer leerden. Foppe is van ons met stip de meest bekende Nederlander en moet veel handtekeningen plaatsen; zelfs bij volwassenen op de klep van hun pet.
Als jongens van vroeger bij elkaar zitten krijgen ze iets baldadigs. Zo voerden we het toneelstukje op om met z'n allen naar de kermis te gaan (die verderop loeide), 'even achter de meiden aan'. 'Jeltsje weet toch niet dat de wedstrijd zo vroeg is afgelopen', probeerden we Gerrit over te halen. Die speelde een zorgelijke rimpel mee. Foppe grijnsde en ik had het hoogste woord. Zo ging dat gisteravond, met ons zestigers. Brave mannen, die altijd rustig naar huis tuffen. Alleen Foppe moet eerst nog even naar Peking.
freek

08 mei 2008

Kruispunt

Op de A6 van Amsterdam naar Groningen doorklief ik Friesland. Friesland is mooi, vooral vanaf de snelweg ligt het vlakke water er begeerlijk bij. Vlakbij L. stopt de weg; de brug is open. Gaat vanzelf, staat op een bord aan de kant. In Friesland is ook de snelweg provinciaal. De motor uit, de deur open en wachten tot de bootjes voorbij zijn. Ben benieuwd wat er in het logboek van de ms Dikkop staat.

Metz onderweg

Pauw en Witteman

Ik kijk er regelmatig naar en er valt mij iets op: ze hebben een vaste stal van linkse en rechtse politici, die welwillend, tongue in cheek, worden bevraagd.

Ter linkerzijde doemt Jan Marijnissen vaak op, welbespraakt en niet te beroerd om vanuit de luwte van de oppositie, ferme taal uit te slaan. Wel heb ik de indruk dat een kwellende hernia hem wat relativerender maakt. De rechterflank wordt vaak gedekt door Hero Brinkman, PVV. Hij bezigt, in navolging van zijn leider, grote woorden voor kleine zaken en heeft het gelijk van een veldwachter, die éénmaal per dag op de fiets z'n ronde doet en ziet wat er allemaal mis is, aan z'n kant. Pauw en Witteman gaan soepel en wat lacherig met deze twee factotums om. Waren we net verlost van het bondje tussen VARA en PvdA, nu hebben we dit.


freek

07 mei 2008

Winnende bal

Niet dat ik me druk maak over de voetbalcompetitie, niet die in Nederland en zeker niet die in Duitsland, al houdt Radio 1 mij vanavond live op de hoogte van de kansen van Werder Bremen op deelname aan de UEFA-cup in het komend seizoen. Nee, ik maak me gewoon boos omdat het oneerlijk is voor NAC, de club waar ik vanwege mijn komaf een beetje vóór ben. Word je na een lange competitie waarin iedereen twee keer tegen elkaar speelt, derde in de eredivisie; telt het niet! Niks spelen in de UEFA-cup tegen wie-weet Werder Bremen, nee, eerst nog zes keer winnen van diverse ploegen die je al lang achter je gelaten had. Denk je in: de kopgroep van drie man wordt bij het ingaan van de laatste kilometer staande gehouden door de wedstrijdleiding, net zo lang tot de achtervolgers weer aansluiten. Zo jongens, laat nu maar zien dat je echt bij de beste drie hoort!
Slechts één andere sport op één plek kent zo'n dwaze regel. Tafelvoetbal op de camping in de Provence. Het was een beslissend duel. Ik leidde met 6-2 tegen mijn zoon maar stelde het grote juichen nog even uit. Beleefd toch? Mijn zoon dacht er anders over. Terwijl hij de laatste bal het veld in kieperde, riep hij: "Winnende bal". Waarna hij scoorde en ik had verloren.

Metz over voetbal

stapelen 38



Een tijdje geleden was ik met mijn oud-cursisten van de schoolleidersopleiding (wat een woord!) op bezoek in de eco-kathedraal. Van Ap kreeg ik een foto via de mail. We zien hier vier directeuren van basisscholen in Noord-Holland devoot even stilstaan bij een door hen opgericht grafmonumentje voor een dode muis. Een sereen ogenblikje: vier heren van boven de vijftig, staan stil bij het teloor gaan van zo'n nietig wezentje als een muis. Maar wie inzoomt op hun gezichten, ziet de jongensgein er vanaf spatten.

Jongens zijn het, aardige jongens.


freek

06 mei 2008

Toeren

De ms Dikkop (6m. lang, vermogen 13 pk) trok gisteren een witte snor voor de neus en zette koers door de Scharsterrijn, richting Tjeukemeer. Aldaar koos de Dikkop een zuidoostelijke koers, tegen een windje vier in en passeerde na een onstuimige tocht de brug van de Vierhuistervaart. Na luttele mijlen werd de oude rivier de Tjonger bereikt alwaar bij het natuurgebied Brandemeer werd aangemeerd om de hond uit te laten en de bemanning de benen te laten strekken. Na een uurtje werd de terugreis aanvaard. Om 16.00 liep de ms Dikkop de thuishaven weer binnen. Het logboek vermeldt geen verdere bijzonderheden.
freek

05 mei 2008

leve de natuur 43

Ik ga iets aanraden: www.beleefdelente.nl, een site van de vogelbescherming, waar met een cam de broedbewegingen van een aantal vogels in de gaten wordt gehouden. Zo ben ik verliefd geworden op het steenuiltje, dat als een balletje dons op haar eieren zit, waarschuwend sist als er een holenduif komt kijken en haar mannetje voortdurend aanzet tot het brengen van voedsel.

Maar er is meer: de nestkast van een torenvalk, van binnen en van buiten, het nog lege nest van de gierzwaluw, de kolonie van de grote stern, het slordige nest van de lepelaar en de omgewaaide boom bij een sloot, waar de ijsvogel bivakkeert.

Komt dat zien en kijk ademloos.

freek

03 mei 2008

Leve de natuur 42

Als kind bezocht ik een zondagschool van de Doopsgezinde Broederschap. Mijn ouders, niet gelovig, vonden dat wel goed voor mijn opvoeding. Omstreeks deze tijd zongen wij het lied: 'Meimaand, meimaand, God geeft ons de meimaand.
Oh vergeet Zijn goedheid niet
Zing je lentelied ...'
Omdat in deze maand het landschap om mij heen zo fundamenteel veranderde, geloofde ik dat ook, dat van God. Magisch denken van een kind, maar niet zonder rede. Hoe kwam het anders dat de grauwe bermen, plotseling wit zagen van het fluitekruid, doorspikkeld met het diepe paars van de hondsdraf en het heldere paars van ereprijs. Hoe kon het dat de geelbruine winterweilanden, plotseling heldergroen werden, met groten plukken geel van paarden- en boterbloemen, met, alweer paarse, pinksterbloemen daartussen. Daar moest een sturende hand achter zitten vond ik als kind. Nu weet ik wel beter, maar het blijft elk jaar toch wel een wonder.


freek

02 mei 2008

Nog een keer 1957

Nog iets uit het boekje van Van Liempt over DOS. Scheidsrechter Leo Horn, fluitist van de beslissingswedstrijd DOS- Sportclub Enschede (met Abe Lenstra), beroemd en onomstreden in die tijd, keurde een doelpunt van Sportclub Enschede af wegens buitenspel. Hij was de enige aanwezige bij de wedstrijd, die dit feit had gezien, constateerde een krant later deftig. Hij ging daarna vrolijk met DOS mee naar het overwinningsdiner in Mook; reisde vervolgens met DOS in de kampioenstrein naar Utrecht en vierde tenslotte tot laat in de nacht feest met DOS in de afgehuurde feestzaal.
Niemand vond dat vreemd.


freek

01 mei 2008

Leve de kenegin

Ze was hier gisteren
Dit schreef ik in 1983 over haar en mij

De eerste keer dat ik haar zag was in 1955. Ingehuurd door een uitbater van bieren en limonades was ik bevoegd om onder de inderhaast opgezette noodtribunes rond een paardenfestijn, lege flessen te verzamelen.
Ze was gast en ze bevond zich omringd door lokale hotemetoten en deftig paardenvolk, op de eretribune. Vanuit mijn ongewone positie had ik een redelijk uitzicht op haar glimlach.
Twee andere agenten dan de plaatselijke veldwachters sommeerden mij even later mijn flessen elders te gaan zoeken.

Midden jaren zestig was de tweede keer. Het hie-ha-happende in Amsterdam. Meegevoerd door de ludiek-anarchistische golven van die tijd en nieuwsgierig naar de uitwerking van leeuwenpoep op paarden, bevond ik mij ergens in de Raadhuisstraat.
In rook gehuld trok ze aan mij voorbij.

In 1983 ontmoette ik haar voor de derde keer. Ik mocht iets vertellen over het monumentebeleid van de gemeente L. Ze stelde vriendelijke en terzake doende vragen. Ze was ook ontspannender dan ik. Toen we even later in gezelschap door het dorp wandelden en ik iemand groette, vroeg ze of dat een kennis van mij was.
(Ze is zo gewoon, zei mijn moeder al, die haar jarenlang nauwlettend volgt.)

'Hoe was ze, pa', vroegen mijn jongens later.
'Aardig jongens', zei ik als een man van de wereld en ik was een weinig trots, haar weer eens te hebben ontmoet.

freek