Posts tonen met het label familieverhalen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label familieverhalen. Alle posts tonen

18 februari 2009

familieverhalen 18; tante Maaike 2

Toen mijn tante Maaike dood was, plaatsten mijn ouders een advertentie in Het Parool, omdat tante Maaike in het Amsterdam van de oud-AJC en van de scheepsbouw nogal wat naamsbekendheid had. Obligaat verschenen onder de advertentie de namen van de laatste familieleden. Tante Dien ontbrak en daar had tante Maaike toch mooi veertig jaar mee samengewoond. Ze deelden weliswaar niet het bed, maar wel de etage. Toen ik bij mijn ouders verhaal kwam halen, was het leed al geschied. Tante Dien was boos en ontroostbaar. Nadat eerst haar familie was uitgemoord, werd ze nu door burgerlijk onfatsoen van mijn ouders gepasseerd in de overlijdensadvertentie van tante Maaike, haar hartsvriendin. Mijn ouders waren bang, dat daar praatjes van zouden komen, als tante Dien in het rijtje nabestaanden zou staan. In mijn toespraak bij de crematie probeerde ik één en ander nog recht te breien, maar tante Dien bleef onverzettelijk boos, ook op mij en ze wilde geen contact meer. Later zag ik haar nog een keer als een broos oud vrouwtje schuifelen op de Albert Cuypmarkt, een beetje weirdo. Ik wilde haar niet aanspreken, maar toen ik later weer eens bij haar op bezoek wilde gaan, was haar naamplaatje van de deur geschroefd.

freek

16 februari 2009

familieverhalen 16

Mijn grootvader, naar wie ik genoemd ben, was in zijn tijd een arme sloeber. Hij bracht met paard en wagen vaatjes bier bij caféhouders in Zuidwest Drenthe en toen dat stopte, verkaste hij met zijn familie naar Duitsland om in de mijnen te werken. Op mijn bureau staat zijn mijnlamp met nr 3588 in een koperen plaatje geslagen. Het was ten tijde van de Eerste Wereldoorlog, dus Duitsland had alle eigen mannen nodig voor de loopgraven en erevelden.
Mijn vader is in Duitsland geboren.
Dat zat me in de vijftiger jaren en als opgroeiend kind niet lekker, omdat alles wat uit Duitsland kwam verdacht was. Ik had toen liever dat mijn vader in Engeland was geboren, of zo.
Gelukkig kon ik als kind aan mijn vriendjes melden, dat we in de hongerwinter twee Amsterdamse jochies in huis hadden. Mijn tante Maaike had ze met de Lemmerboot gebracht.
Die kinderen zijn ver na de oorlog nog één keer terug geweest, maar toen in stoere motorpakken en een vrouw achterop. Mijn ouders konden niet omgaan met die rappe Amsterdamse mentaliteit, dus dat contact is daarna gestopt.


freek

04 februari 2009

Familieverhalen 15

Mijn grootvader van vaders kant had een Bismarcksnor, zo één met fiere punten. Ik was zijn naamgenoot en hij leerde mij zwemmen en vissen. Toen hij kanker kreeg, lag hij stil op een bed in de achterkamer.
Uitgeteld! Mijn opoe verzorgde hem.
Voor het eerst weer op bezoek, liep ik aarzelend naar hem toe. Ik was acht en zag tot mijn verbazing dat zijn snor naar beneden hing. Hij had een ander gezicht gekregen. Tien dagen later was hij dood. Hij heeft niks meer tegen mij gezegd. Geen 'dag grote visser'. of hé, kanjer van een zwemmer'.
Ik vind dat nog steeds jammer.


freek

01 januari 2009

Beppe/mem

Zoon schreef in zijn aardige tijdelijke rubriek in de De Volkskrant, dat zijn beppe hem bij de eerste krabbels op het ijs heeft ondersteund op het slootje voor ons huis.

Mem was inderdaad een fanatiek schaatser: in de jaren dertig vorige eeuw schaatste zij in wedstrijden voor paren (opleggen) en in de jaren vijftig maakte ze met mij tochten. (mijn vader was een Drent)

Zo zijn we eens vertrokken op een stralende winterdag. Mem was euforisch en schaatste de wereld uit. In de namiddag trok ergens diep in het merengebied van Friesland binnen vijf minuten een grondmist op, die ons elk zicht benam en orientatie onmogelijk maakte. Ongerust schaatsten we verder in deze gesloten wereld, zonder te weten waar. Toen doemde uit de mist een schaatser op die ons naar zijn dorp (Tersoal) bracht. Langs de oever schaatsend hebben we na anderhalf uur Sneek bereikt en zijn daar op de bus gestapt. Weer een half uur later werden we ongerust scheldend verwelkomd door mijn vader.


freek

25 juli 2008

familieverhalen 12

Ik treed op in een documentaire die stapelaar Johan maakt over het bouwen van drie nieuwe, ouderwetse schepen. Hij volgt de vorderingen van de bouw van een Palingaak, een Wierumer Bol en een houten skûtsje op de voet. Ik ga wel's met hem mee als er opgenomen wordt en zo ook onlangs. In Eernewoude bouwt andere Johan uit Workum een houten skûtsje, volgens het bestek van Eeltsje Holtrop van der Zee, hellingbaas te Joure en bij kenners bekend als Eeltsje Baes en even beroemd is zijn zoon Auke Baes. Het toeval wil dat mijn pake op de werf heeft gewerkt als baas van de brandhoek, daar waar de boegen en de konten van schepen werden gebogen in de hitte van een rietvuur. Het leek Johan leuk dat ik enige familieverhalen vertelde aan de huidige bouwer. Staande bij de boeg vertelde ik de huidige scheepsbouwer over de tochten die mijn pake met Auke Baes maakte naar de vlothaven van Zaandam, om hout on te kopen. Maar ook mijn beppe speelde een rol in het leven van deze beroemde scheepsbouwer. Omdat hij vrijgezel was en nogal verslonsde, nam mijn pake regelmatig een pannetje soep voor zijn baas mee en als Auke Baes éénmaal per maand voor zaken naar Leeuwarden ging waarschuwde mijn beppe hem om zich goed te wassen, omdat de zaken de stadse hoeren van Leeuwarden waren. Dat vertel ik voor de camera en dat wordt medio mei volgend jaar voor een gedeelte waarschijnlijk uitgezonden.

freek

27 mei 2008

familieverhalen 11

Mijn vader had de sleutel van de kerktoren van mijn dorp, omdat hij bevoegd was om het carillon (geschonken door een bekende tabaks, thee - en koffiefabrikant) zo nu en dan van nieuwe rollen te voorzien, zoals in een draaiorgel, omdat de beiaardier uitsluitend op woensdagmiddag en soms zaterdag acte de présence gaf. De rest van de hele en halve uren deed de electrisch aangedreven rol zijn werk. Als we de nauwe stenen wenteltrap opliepen, wilde ik altijd even het Hûnehok (hondenhok) zien: een kleine cel onder de eerste ronding van de wenteltrap. Mijn vader deed dan voor de grap de deur even dicht en ik zat een moment griezelend opgesloten in een donkere cel uit 1632. In de stenen muren van dit hok waren gekraste en onduidelijke inscripties zichtbaar en ik fantaseerde over gevangenen die, voor dat ze werden geradbraakt, nog een laatste boodschap hadden gekrast. Maar mijn vader zei dat het gekras van een woedende en plaatselijke nsb'r was, die hier na de oorlog even was opgesloten. 'Maar die bakt allang weer brood' , zei mijn vader cryptisch en toen heb ik een tijdje de zes bakkers van ons dorp in de gaten gehouden, want één van de zes moest het zijn.

freek

28 april 2008

familieverhalen 10



Ik beleef veel plezier aan mijn kleindochter Katie, genoemd, in een moderne versie, naar mijn vrouw Katrien. Ze is een lekker dik mokkeltje van een paar maanden. Hoeveel maanden precies, weet ik niet, dat weten vrouwen, op de dag af. Mijn kleinzoon César, uit hetzelfde nest, is tenger, een paar jaar ouder en op weg een latin lover te worden. Hun Argentijnse moeder vertroetelt hen op z'n zuidamerikaans. Mijn zoon kijkt daar met voldoening naar en ik glim van trots.


freek

13 maart 2008

familieverhalen 7

De Drentse tak van mijn familie ,via mijn vader, kende ook een Groninger component. Mijn opoe was schippersdochter van een Groninger zeetjalkschipper, die de kustwateren van Nederland en Embden, Bremen en Hamburg bevoer. Kon mijn Friese tak voor geen meter zingen, Frisia non cantat, mijn opoe lusttte wel pap van een tranentrekkend lied. Ze zong in de keuken en ik zat op een krukje bij haar en luisterde ademloos. Evergreens als, 'Het karretje over de zandweg reed", 'Wie rusten wil in 't groene woud' , gingen er bij mij in als pap. Vooral het karretje met die bijna mystieke voerman, die mijn opoe in het eerste couplet nog 'ik wens je thuis mijn vrind, mijn vrind...', toezong, terwijl er in het laatste couplet sprake was van 'hij komt niet meer thuis die vrind, die vrind...' Mijn opoe verlaagde bij dit laatste couplet het tempo en hield de noten extra lang aan. Het kippenvel stond dan op mijn kinderarmen.
freek

04 maart 2008

familieverhalen 6

Ik ben naar mijn Drentse opa genoemd en niet naar mijn pake. Daar heb ik mijn zoon naar genoemd: Sjirk. Over die opa is weinig bekend; hij kwam niet in verhalen voor. Ik denk dat het een beetje een loser was, een arme drommel waar niet mee viel te pronken in het middenstandsmilieu waaruit ik kom. Ik weet dat hij in de Eerste Wereldoorlog naar Duitsland is gegaan, om daar in de mijnen te gaan werken. Hij was immers werkloos in Drenthe en het kindertal boste aan. Ik weet ook dat hij later, weer terug in Nederland bier rond bracht bij de café's. Eerst met paard en wagen en later met een Fordje. Dat is zo'n beetje alles uit de overlevering. Zelf herinner ik opa als de man die mij met eindeloos geduld heeft leren zwemmen en vissen. En na zo'n dag aan de oever, als we weer op z'n fiets klommen, begroef hij uit pure en stille liefde zijn borstelige snor in mijn jongenshals. Mijn opa was een verlegen dromer. Zijn mijnlamp staat op mijn bureau.
freek

29 februari 2008

fijnstof

Vandaag woei een pittig windje en is tevens de as van mijn vader verstrooid. Met een beetje goede wil heeft hij met deze dunne zes aan windkracht nog wat hoogte kunnen halen, alvorens neer te dalen in een weiland, een sloot, of de moterkap van een Ford Fiësta, maar die gaat zaterdag de wastunnel in. Mijn broer en zus zijn bij deze onstuimige verstrooiing aanwezig geweest, ik niet. "Het is toch het laatste...', was het argument van mijn zus, om dit strooien mee te maken. 'Het laatste is zes maanden geleden geweest, toen hij gecremeerd werd,' was mijn gevoel en ik bleef thuis.
Wel heb ik even in de lucht gekeken.
freek

16 februari 2008

zakboekje

Voor mij ligt het zakboekje voor de soldaat. Het is afgegegeven 'den 14 Mei 1873'. Het behoorde aan de overgrootvader van mijn vrouw, die als voornaam Eliza droeg, naar een profeet van het zwaardere soort, maar hij was, volgens het boekje, dan ook 'gereformeerd'. Hij diende ruim een jaar als 'loteling' bij het Derde Regiment Vesting-Artillerie in zijn woonplaats Kampen. Aan hem werden uitrustingsstukken ter hand gesteld voor een totaal bedrag van
f 33,34, waaronder een kapotjas van f 1,61 en een linnen Poetszak van f 0,01. Omdat hem voor de eerste uitrusting f 20,00 toekwam, begon deze soldaat met een schuld van f 13,34 Deze schuld liep hij in zijn diensttijd in, doordat een afbetaling op zijn soldij werd ingehouden. De soldij bedroeg f 0,11 per dag zoals keurig per kwartaal werd geadministreerd.

Voor dit geld komen onze jongens in Uruzgan de brits niet uit, maar hier moet bij worden aangetekend dat bij overgrootvader de bladzij in zijn zakboekje met de kop 'Gedane veldtogten, wonden en uitstekende daden', leeg is. Een hinderlaag van de Taliban opruimen is dan toch wat anders dan sabelpoetsen in Kampen.

freek

01 februari 2008

familieverhalen 5

Mijn beppe was een klein, maar pittig wijfje. Ze was moeder van zes dochters, had een tapvergunnig van haar schoonmoeder overgenomen en dreef daarop een café bij de haven en was daarnaast nog brugwachter van de Botersteegbrug. Die moest wel eens open voor tjalken met turf. Het was een kleine, smalle basculebrug, die ze bediende. Dat ging volgens mijn moeder als volgt. Eerst werden de grendels in het brugdek teruggeschoven. Vervolgens pakte mijn beppe een pikhaak, die ze met een klein sprongetje haakte in de handgreep van de ketting die aan de bascule (contragewicht) was bevestigd. Dan zweefde ze enige tijd los van de aarde totdat haar gewicht de brug langzaam omhoog deed komen.

Ik woon nu zes kilometer van het dorp waar dit plaatsvond. Ik kom wel 's langs de Botersteegbrug, die nu voor eeuwig vastligt over een dood stuk water. Maar als ik mijn ogen dicht doe, zie ik mijn beppe, spartelend hangend aan de pikhaak, om een ongeduldige schipper vrije doorvaart te geven.

freek

25 januari 2008

familieverhalen 4

Mijn vader legde electriciteit en waterleiding aan bij burgers, boeren en buitenlui en in de schoolvakanties was ik zijn hulp. Dat deed ik met tegenzin, omdat mijn vader de gewoonte had om tegenslagen in het werk af te reageren op de laagste in rang en dat was ik. Maar soms kon hij er niks aan doen dat ik de pest had aan dat buizen leggen en stroomdraad trekken. Zoals die keer bij die boer in Broek bij J., die een nieuwe waterleiding door ons kreeg aangelegd. Omdat de kruipruimte onder de vloer te laag was voor het lijf van mijn vader, ging ik (jongen van twaalf) onder de planken. De grond onder de vloer was vochtig, rook veengronderig met een vleugje scherpe poeplucht. Ik tijgerde moeizaam bij het licht van een zaklantaarn onder de vloer door, terwijl ik een waterleidingbuis met me mee zeulde. Maar ik verstijfde van angst toen daar in die donkere hoek, bij die opgeworpen bult van grond en afval, sissend een dier onsnapte en langs me heen schoot. De bunzing verdween in een gat tussen de gemetselde fundering.
freek

24 januari 2008

familieverhalen 3

Er is ook veel wrevel geweest tussen mijn overleden vader en mij. We waren in een competitie verwikkeld, waarvan Bram Vermeulen eens heeft gezongen: 'Het is een wedstrijd, het is een wedstrijd, het is een wedstrijd, die niemand winnen kan...' Nu hij een tijdje dood is, verdwijnt de wrok en komt de tederheid. Ik denk aan die gebeurtenis, toen ik negen jaar was. Op het schoolplein werd 'pakkertje' gespeeld en ik had bijna Dikkie Kerkhof te pakken die bezig was om snel over het schoolhek met de scherpe punten te klimmen. Toen ik hem vastpakte gleed hij met zijn lies in één van die punten. Na een reddingsoperatie van de meester, keerde de school zich tegen mij en ik vluchtte van het schoolplein, achtervolgt door een joelende meute kinderen. Ze hadden bloed geroken. Vlak bij mijn huis, dat op tweehonder meter van de school stond kwam, als bij toverslag, mijn grote vader uit het steegje naast ons huis; in een blauwe overall, op weg naar een karwei. Hij overzag het slagveld, maakte een driftig gebaar met zijn arm en riep 'weg jullie', tegen mijn achtervolgers die als bange mussen wegstoven. Mijn vader legde zijn hand op mijn hoofd en nam mij mee naar binnen. Voor dit moment ben ik hem eeuwig dank verschuldigd.
freek

18 januari 2008

familieverhalen 2

Eergisteren had ik het over de hoofddeksels in de eco-kathedraal. Naast gewone wollen mutsen bezit ik een bizarrre bontmuts, die ik nog maar één keer heb gedragen en wel op 2 maart 2005, toen het als een laatste winterse dolkstoot plotseling 20 graden vroor en er vijfenvijftig centimeter sneeuw viel in ons dorp. Eerder genoemde bontmuts verkreeg ik via de concierge van een Hogeschool in Haarlem, waar ik eens in de week een dag les gaf. De man, klein en op het eerste gezicht argwanend, had via een advertentie nog op latere leeftijd een Russische bruid veroverd en was verplicht om jaarlijks met de Kerst af te reizen, naar een oord ver boven de poolcirkel. Hem verzocht ik om daar een bontmuts voor mij te kopen en hij kwam terug met een Russische reuzenbontmuts, twee keer zo groot als die van Brezjnev in zijn betere dagen tijdens een berenjacht voor het partijkader. De muts was van vossenbond en tamenlijk vers, want de hond raakte in alle staten van die scherpe vossengeur, dus met de muts en met de hond door het veld lopen was er niet bij. Maar erger nog; het is sinds mijn aankoop nooit meer echt koud geweest. De bontmuts ligt dus al jaren in de kast. Elke keer als mijn hond langs die kast loopt, blijft ze staan, doet haar kop omhoog en en snuift begerig de geuren op.

freek

11 januari 2008

familieverhalen 1

Ik ben geboren in de winter van '42, mijn pake (grootvader) is in de zomer van hetzelfde jaar doodgegaan, dus we we hebben elkaar nooit aangeraakt. Wel heb ik mijn jongste zoon naar hem genoemd: Sjirk. Mijn pake brandde boegen van Friese Jachten (in een vorm buigen d.m.v. een turfvuur en lichaamskracht) op de werf van Eeltsjebaes in Joure. Eén keer per jaar ging hij met de baas naar Zaandam om hout in te kopen. Met de Lemmerboot over de Zuiderzee en dan op naar de Zaanstreek. Het hout lag in een vlothaven in het water. Beide mannen konden niet zwemmen, maar de baas gaf mijn pake de opdracht om onder de drijvende stammen door te duiken om de kwaliteit vast te stellen. Mijn pake ging dan in de lange onderbroek te water en terwijl hij zich aan de onderkant van de stammen vasthield inspecteerde hij het hout. Het verhaal gaat, dat hij een keer boven water kwam en na op adem te zijn gekomen de volgende woorden sprak: 'deakistenhout baes' (doodkistenhout). De koop ketste af.
freek