30 november 2007

Niet zozeer

__________________________________________________________

Het Politiek Café PvdA Amsterdam

combineert elke maand debat met gezelligheid!

Op vrijdag 7 december 2007 wordt gedebatteerd over:

De Staat als Opvoeder

De inleiders zijn:

  • Ahmed Marcouch, stadsdeelvoorzitter van Slotervaart
  • Fred Teeven, lid van de Tweede Kamer voor de VVD, voormalig Officier van Justitie.

Gespreksleider: Walter Etty

De vraag is niet zozeer of de overheid zich mag bemoeien met de opvoeding die ouders hun kinderen geven; daarover zijn de meeste partijen het wel eens. Het is meer een kwestie van hoever de overheid zich met de opvoeding moet bemoeien als ouders dat niet doen.

Daarover discussiëren Ahmed Marcouch en Fred Teeven onder leiding van Walter Etty op vrijdagavond 7 december a.s. Discussieert u mee?

___________________________________________________________

...email van de PvdA-Amsterdam...


Ik discussieer even niet mee. Komt door het zinnetje: "De vraag is niet zozeer of...". Mischien is de vraag namelijk juist wel of de overheid zich mag bemoeien met de opvoeding.
Zozeer.
De overheid wil zich vandaag de dag, als een zelfbenoemde schade-expert van de collectieve staatsverzekeringsmaatschappij, bemoeien met van alles waar de overheid nou net níét voor is. Een goede infrastructuur, onderwijs voor iedereen, hoog genoege dijken, helpen dat de immense rijkdommen eerlijker verdeeld worden over de hele wereld, zonder scrupules zorg leveren aan wie het nodig heeft, adequate politie en justitie, openbare hygiëne, eerlijke verdeling en levering van publieke waar, voor mijn part defensie, dáár moet de overheid zich zozeer mee bemoeien.
Het lijkt zo makkelijk. Maar de partijen (die het - veeg teken - grotendeels met elkaar "wel eens zijn") bemoeien zich liever met de gang van zaken in uw en mijn huiskamer. Ik doe niet open als de overheid aanbelt.

Metz leest de email

Djoeke 10

Het was in de namiddag. Achter ons ging de zon onder in de opkomende zeedampen laag aan de horizon. Vanaf een klein vletje, dat het kanaal overstak en daarna tussen het riet verdween, kraakten schoten hagel. Ze kwamen uit het zuiden aanvliegen, laag en traag als een eskader bommenwerpers voor de aanval: twaalf zwanen. Met een brede zoevende vleugelslag vlogen ze recht op ons af. Op twintig meter van ons vandaan, zwenkten ze af en maakten ze een kleine koerswijziging. Mensen zijn niet te vertrouwen. Ze gingen nu ook hoogte maken. We keken ze na; twaalf gracieuze silhouetten tegen een roodgele horizon, als in een japanse prent. We waren er stil van. Zelfs Djoeke blafte niet.
freek

29 november 2007

Orde

... Het Parool, vandaag...

Ik verwacht geen ordeproblemen op het Museumplein.

Metz leest de krant

en de winnaar is...?

Gisteren was ik in de stad van Metz, in de RAI nota bene, om een prijs uit te reiken. Als enig jurylid had ik acht werkstukken op mijn bordje gekregen, van schooldirecteuren die een opleiding als leidinggevende hadden afgerond. Dat waren ze al, leidinggevende, maar straks (nog) beter. Gewapend met een plastic C1000-tas gevuld met scripties toog ik dus richting West. Het opvallende aan de werkstukken die ik gelezen heb, was het onverminderd optimisme en enthousiasme, dat de schrijvers over en voor hun vak etaleerden. Een andere toon, dan het vakbondenzuur, wat je vaak hoort en leest. De winnaar was volgens mij en ik mocht het zeggen, een schooldirecteur van boven de vijftig die zich tot doel had gesteld om te leren 'confronteren', dus mensen zeggen waar het op staat, er voor uit komen wat je op je lever hebt, want daar had hij moeite mee. Zijn werkstuk bevatte de zoektocht naar meer vrijmoedige openheid. Hij deed dat intens, eerlijk, maar ook hardnekkig. Dat noem ik lef hebben. Had ik jonge kinderen, ik zou ze bij hem op school doen. Ze zouden wat van hem kunnen leren.
freek

28 november 2007

Jansen aan het gas

...Het Parool, 27 november...

Vroeger was ons land nog niet beschaafd. Ouderen werden aan hun onwelriekende lot overgelaten en gehandicapten voor het leven opgesloten. Van dorp tot dorp trokken flessentrekkers en laaienlichters. Zij verkochten aandelen van opgeheven Russische spoorwegen aan ongeletterden en zo mogelijk ging de hele Eiffeltoren erin als zoete koek. Om redenen die verwijzen naar een aarzelend begin van enig moreel besef, hielden gezagsdragers in die duistere dagen een oogje in het zeil als het ging om de levering van lucht, water, elektriciteit en - dat begon toen net - gas. Dat was namelijk publieke waar. Niemand kon zonder, dat vroeg om minimale bescherming. Met succes stak de overheid een voet tussen de deur, levering van water, gas en stroom werd een verantwoordelijkheid van de overheid. Flessentrekkers stonden buitenspel.
Intussen is, met dank aan de marktwerking, het begin van beschaving overboord gekukeld.
De gasflessentrekkers hebben vrij spel: jaarlijks gaan ongeveer drieduizend Jansens failliet. Waarom? Omdat de louche luchtverkopers niet langer hun best hoeven te doen om van Jansen het jawoord te krijgen; tegenwoordig moet Jansen zijn best doen het neewoord bewezen te krijgen.
Politici, de pleitbezorgers van de marktwerking, hoor je er niet over. Die hebben het te druk met elkaar; ze staan met de mond vol in debat of fietsenkelder.

Metz leest de krant

stapelen 15






De ladingen stenen, trottoirbanden, tegels, straatputten, klinkers, opsluitbanden, die zo'n zes weken terug abusievelijk op de toegangsweg naar de Eco-kathedraal zijn gestort, liggen nog steeds in en op de weg. Alhoewel we elke week knagen aan de puinbergen en als woelmuizen graven en zoeken naar een juiste maat steen, is visueel nog weinig van onze arbeid te zien; de bergen slinken niet in zo'n korte tijd. Bovenstaande plaatjes geven aan, wat we nog moeten doen de komende jaren.



27 november 2007

Gratis

...Het Parool, vandaag...

Meer burgers naar de raad trekken, dat regelen de politici in Nijmegen gratis.

Metz leest de krant

Pieter

Pieter is gestorven. Hij was moe, had van alles onder de leden en hij was drieënvijftig jaar. Hij was al jaren krakkemikkig, maar vrolijk. Het laatste jaar, toen hij de beschikking had over een scootmobiel, reisde hij de hele omtrek af. Soms was hij een tijdje weg, in een ziekenhuis. Pieter wilde nog een nieuw hart, maar wist eigenlijk wel dat zo'n hart te laat voor hem zou komen, omdat andere kwalen hem sloopten. Hij lag voor zijn laatste ronde door het dorp, opgebaard in de kerk. Daarna zou hij stapvoets op een rijdende lijkbaar en gevolgd door zijn dierbaren, door ons dorp naar de begraafplaats gaan. In de kerk hebben wij hem voor het laatst gezien, toen we zijn vrouw, zijn twee dochters en zijn moeder condoleerden met zijn dood. Hij lag in zijn kist met een oranje t-shirt aan. We gaan hem missen.
freek

26 november 2007

Handen thuis

...Het Parool, 22 november...

Is dat een stille? Daar rechts op de foto? In dat geval zijn ze vijf man sterk in bezwete gymbroekjes aan het graaien. Zochten ze de eieren waarmee de jongens en meisjes de volgende dag zouden gaan gooien? Alsof jongens in staat zouden zijn vandáág in hun kluisje te stoppen wat ze mórgen nodig hebben. Meisjes okay, maar jongens! Op mijn middelbare jongensschool waren de kluisjes altijd open, geen pater keek erin. Wat betreft de kluisjes hielden ze hun handen thuis. Samson lag erin, met lucifers en mascotte. Voor in de kleine pauze. Je zakmes hield je uiteraard bij je, anders hadden ze het wel een kluismes genoemd.

Metz leest de krant

voetbalavondje

Niks treuriger dan op een zaterdagavond in november, als het thuis licht en behaaglijk is, buiten te zitten op een hard plastic kuipstoeltje. De stuifregen wolkt in het licht van de lichtmasten van het stadion. Het is stilaan kouder en stiller als hier die modale club uit de Achterhoek op winst staat en blijft. Als het eindelijk allemaal is afgelopen, wandel ik door een treurige jaren zeventig wijk naar mijn auto. De stoep wordt geblokkeerd door een jongen die liggend op de grond ook nog op de huid wordt gezeten door twee M.E.'rs. Negen andere M.E.'rs staan er ginnegappend en doelloos om heen. De liggende jongen in de houdgreep brult voortdurend: 'waar is mijn bril...?' en 'mensonterend, dit is mensonterend...' Ik vind dat hij wel gelijk heeft en begin de zin: 'Is dit nou...', maar ik maak 'm niet af met b.v. 'nodig', omdat één M.E. 'r zich tot mij richt met de standaardzin voor alle M.E.'rs: 'En nou wegwezen...' Dat heb ik toen gedaan, maar niet van harte.
freek

25 november 2007

Kampereiland


Ik rijd langs de relatief nieuwe weg door Kampereiland; de weg, die Friesland in één ruk verbindt met Arnhem en in die buurt moet ik zijn. Het is apart om door een landschap te rijden wat eeuwen geïsoleerd lag in de IJsseldelta, omgeven door Zuiderzee, Zwarte Water en IJssel. Hier liggen geen boerderijen maar boerenhoeves en elke hoeve ligt op een terpje, om vroeger de Zuiderzee bij een noordwester storm de baas te blijven. Laatst zei iemand tegen mij, dat hij niet kon aarden in een landschap waar hemel en aarde elkaar raken; het deed hem teveel denken aan zijn sterfelijkheid. Hij had de versluierende bossen van Drenthe opgezocht. Het is wel waar, de godsvrucht tiert welig op zware grond, maar er is een verschil tussen Friesland en Kampereiland. In Friesland klimmen de stelpboerderijen brutaal de ruimte in met hun rode dakpannen op het schuurgedeelte en de voorname blauw geglazuurde pannen op het voorschild. Hier op het Kampereiland bukken de Saksische hoeves nederig naar de grond, gebukt onder een zwaar rieten dak, alsof ze wachten op de wrekende god. In Friesland kijken we wat opgeruimder naar het westen, waar de zon ondergaat en de hemelpoort begint.

24 november 2007

Dagboek uit een wachtwijk (3) - wachtwoord

De NCRV was eerst. De Arnhemse aandachtswijk Klarendal is van hen. Maar nu wordt ook de Indische Buurt in Amsterdam nauwlettend in de gaten gehouden. Die is van mij.


...de Volksrant, vandaag...

Het was even zoeken naar het juiste woord. Probleemwijk nee, aandachtswijk niet, prachtwijk ook niet, krachtwijk zei Ella toen en ik dacht dachtwijk, maar nu ben ik er uit. Wachtwijk. Veertig wijken wachten af. In mijn eigen wachtwijk is de speeltuinwerker (en met hem 200 collega's) de wacht reeds aangezegd. Misschien krijgt hij wachtgeld? We wachten het af.

Metz wacht

verloren voorwerpen 7

Er lag een groene avocado op de fruitschaal met een stickertje, waarop Carmel stond; een vrucht uit Israël. 'Jaffa's', dacht ik, 'bestaan ze nog?' In de tijd van 'Wij staan achter Israël' en daarvoor, waren Jaffa's de sinaasappels bij ziek zijn en voor zondag. Joekels van sinaasappels waren het, met een dikke schil en lekker zoet vruchtvlees. En door ze te kopen gaf je de economie van de jonge staat een kontje. Jaffa's, die Kibboetshoedjes en Hava Nagila ('laat ons gelukkig zijn'); met weemoed herinner ik het me. Ik vind de woorden terug en verlang één moment heftig en diep naar die tijd.
freek

23 november 2007

vreemde namen 1

Omdat ik veel langs het stroomkanaal loop, kom ik veel schepen tegen. Schepen met namen als 'De Goede Verwachting', 'Animo', 'Esperanza', ik kan ze allemaal plaatsen, die namen, net als de namen die w.s. een samentrekking zijn van de namen van het nagebroed: 'JoJa', 'MiKaDo', 'FreJa', maar er zijn er ook bij die ik niet begrijp of passend vind. Zoals gisteren, die twee forse binnenvaarders, die gemakkelijk Basel kunnen halen; de ene met thuishaven Zwolle en met de naam 'Minstreel', de tweede uit Ouderkerk a/d/ IJssel, met als naam 'Nescio', latijn voor 'Ik weet (het) niet' . Een minstreel was toch een galante romanticus en zo'n naam past niet bij een zwaarlijvig bulkschip en 'Nescio' houd ik liever exclusief voor mijn favoriete schrijver uit de Watergraafsmeer: J.H.F. Grönloh.
freek

Indische buren (6) - koelkast

Op één hoog links in de Djambistraat woonde een bijzonder echtpaar. We mopperen wel eens op het massaal sluiten van psychiatrische inrichtingen eind vorige eeuw (heel veel mensen met een storing in de bovenkamer zijn immers gelukkiger achter de gesloten deuren van een groot boshuis dan in een maatschappij die ze niet aan kunnen), dit echtpaar vormde de uitzondering op de regel. Jan en Miep, zo noem ik ze nu even, redden het namelijk wél op hun eigen adresje in de Djambistraat. Net wel. De extramuralisering van de zorg, zo heet in beleidstermen hun dagelijkse gevecht dat ik enkele jaren vanaf drie hoog rechts heb mogen volgen. Ik was niet de enige toeschouwer. De overburen op het binnenterrein posteerden zich regelmatig op de balkons om - gelijk een Italiaanse opera - mee te genieten van de avonturen van Jan en Miep. Zo ook die zomeravond in 1987. Ik moet vooraf zeggen: het verhaal is uit de tweede hand want als bovenbuurman had ik geen inkijk in de keuken van Jan en Miep. De overbuurman had wel beeld en via een live-verslag over een directe telefoonverbinding hield hij me op de hoogte van de ontwikkelingen. Alleen de ontknoping kon ik met eigen ogen zien.
Het begon allemaal een dag eerder. Jan had een bovenkastje voor in de keuken gekocht. Dat kastje stond eerst nog beneden in de brede hal, met een briefje. Jan plakte briefjes op alle objecten in de hal. "Bezit van Jan R. Is morgenmiddag weg", plakte hij op het keukenkastje. Als hij zijn fiets met zijspiegels weleens binnen zette, was dat ook nooit zonder het briefje "Van Jan R.". Op mijn fiets trof ik eens - hij stond er nog geen vijf minuten - een briefje aan met de tekst "Van wie is deze fiets? Er moet een briefje op!".
Het keukenkastje ging inderdaad naar boven en Jan was uren in de weer met het vervolg. Plek maken, passen en meten, aftekenen gaten, boor zoeken en niet vinden, boos worden op Miep, Miep uit de keuken, schroeven kwijt, Miep zeggen dat er nú eten moet komen, kastje niet goed op kunnen tillen, gat scheef geboord, schuld Miep. Enfin, het gewone werk zal ik maar zeggen. Na uren ploeteren schoot het nog niet echt op. De koelkast was intussen op het balkon beland om ruimte te maken voor de operatie keukenkast. Steeds harder klonken de godvers over de binnentuin als er weer een plug afbrak of een deurtje scheef wegzakte. Miep wachtte in de woonkamer de loop van de gebeurtenissen gelaten af. Ze was er niet gerust op. De balkons ter overzijde liepen vol en Jan stampvoette heen en weer in zijn smalle keuken, stoelen verschuivend, boormachines vervloekend. Aan het eind van een lange, lange middag was het hem dan toch gelukt. Het kastje hing. Voorzichtig stak Miep haar hoofd om de hoek en ja hoor, ze mocht binnenkomen. Jan, in hemdsmouwen gekleed, veegde het zweet van zijn hoofd en zag toe op het inruimen van het fonkelnieuwe, door hem hoogst persoonlijk bevestigde meubel. Kopjes en schoteltjes zette Miep erin, glazen en ook een schaal. Toen klonk er een beginnend kraakje, al snel ontwikkelde het kraakje zich tot een forse krak en maakte het kastje zich - eerste weifelend maar toen met overtuiging - los van de muur om neer te storten. De vloer lag bezaaid met scherven en gebroken zijpanelen. Miep was, ondanks haar forse postuur, in een flits verdwenen en de balkons hielden hun adem in: wat gaat Jan doen? Jan stond aan de grond genageld. Diep van binnen ontwikkelde zich een uitbarsting, hij trilde, balde zijn vuisten, stampvoette harder dan ooit en stootte oerkreten uit. Roder en roder werd zijn hoofd, hij stond nu op het balkon, tilde de koelkast op en zwaaide die met onvermoede krachten boven zijn hoofd heen en weer. Op de balkons hield de mensen de adem in. Hij zal toch niet die koelkast in de tuin van de benedenburen gooien? Jaaahh, dat ging Jan doen maar op dat moment openbaarde zich de Jan waarvan de psychiater gezegd moet hebben: hij kan 't aan. Want vlak voordat hij in zijn ogenschijnlijk ontembare woede de koelkast naar beneden flikkerde, keek hij bij wijze van controle even over de rand. Er stond niemand. Het kon.

Metz in de buurt