06 februari 2009

Roestplek

Er werd 'volluk' geroepen aan de achterdeur en er stond een Paulus de Boskabouterachtig mannetje. Hij stelde zich voor als directeur van een natuumuseum. Hij was op zoek naar roestplekken (rustplekken) van ransuilen en wilde onze taxusboom inspecteren. Bij de boom keek hij naar beneden en niet naar boven; hij keek naar schijtsporen verduidelijkte hij. Er was niks te zien.
Aan de tafel praatten we even bij. Hij was een bioloog tegen het pensioen aan en deed nog deze leuke onderzoeksklus in Friesland, alvoren te retireren. Hij kon mooi over uilen vertellen en vertelde dat ransuilen in de winter bij elkaar klonteren. Bij Heeg zaten er vijfenzeventig in een paar bomen. Je telt ze, als ze 's avonds uitvliegen.

freek

Geen opmerkingen: